Naar inhoud springen

oppositie

Uit WikiWoordenboek
  • op·po·si·tie
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tegenstand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1409 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord oppositie opposities
verkleinwoord oppositietje oppositietjes

deoppositiev

  1. verzet, tegenstand
    • Het leger ontmoette veel oppositie nadat de tegenstanders erin geslaagd waren te hergroeperen. 
  2. (politiek) mensen en partijen die niet tot de regeringspartijen horen
  3. (astronomie) een toestand waar twee hemellichamen vanuit het standpunt van de Aarde 180° van elkaar zitten (dus op een rechte lijn zitten met de Aarde ertussenin)
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[3]