Naar inhoud springen

logica

Uit WikiWoordenboek
  • lo·gi·ca
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘leer van de wetten van het denken’ voor het eerst aangetroffen in 1500 [1]
  • afgeleid van het Griekse 'logikè' ([de rede betreffend]) [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord logica logica's
verkleinwoord

delogicav

  1. (filosofie), (wiskunde) tak van de wetenschap die zich bezighoudt met de formele regels van het denken, traditioneel als onderdeel van de filosofie maar ook wel van de wiskunde
     Dit gebeurde eveneens volgens de logica van het geluk.[3]
     Als laatste premisse van de utopisch-revolutionaire logica wil ik deze denkwijze analyseren.[3]
     Omdat Huxley bij voorbaat vanuit zijn utopische logica de bestaande werkelijkheid alleen maar als slechte slavernij kan zien, interesseert het hem ook totaal niet hoe mensen zelf beweren zich hierin te voelen.[3]
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]
  • lo·gi·ca
enkelvoud meervoud
logica logiche

logica v

  1. (filosofie), (logica) logica