harmonie
Uiterlijk
- har·mo·nie
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eendracht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1330 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | harmonie | harmonies harmonieën |
| verkleinwoord | harmonietje | harmonietjes |
de harmonie v
- samenwerking of verband van een aantal zaken tot een welgeordend en aangenaam aandoend geheel
- (muziek) aangenaam klinkende vereniging van tonen
- (psychologie) rustige evenwichtigheid
- ▸ Arabella straalde een kalme energie uit, een harmonie die me tot rust wist te brengen.[2]
- ▸ ' Dit uitzicht op een samenleving waarin strijd voor harmonie en concurrentie voor samenwerking zal hebben plaatsgemaakt, wordt echter even ver in de toekomst geprojecteerd als Bellamy dat met zijn utopie deed.[3]
- ▸ Daarom introduceert de schrijver van ZZ27 een derde categorie, namelijk 'de leuke woorden die ons in harmonie brengen met het Hemelse Kind'.[4]
- de gezamenlijke blaas- en slaginstrumenten in een orkest
- harmonieorkest
- [1] eendracht
- [2] samenklank
- Het woord harmonie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "harmonie" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[5] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "harmonie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Tatiana Rosnay“Kwetsbaar” (2010), Artemis & co, ISBN 9789047201625
- ↑ Hans Achterhuis“De erfenis van de utopie” (1998), Ambo/Anthos uitgevers
, ISBN 9026315244 - ↑ Michel Dijkstra“Taoïsme” (2022), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312657 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- Leenwoord uit het Nederlands
harmonie
- harmonie; samenwerking of verband van een aantal zaken tot een welgeordend en aangenaam aandoend geheel
- (muziek) harmonieleer
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
harmonie
- nominatief meervoud van harmonia
- accusatief meervoud van harmonia
- vocatief meervoud van harmonia
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| harmonie | l'harmonie | harmonies | les harmonies |
harmonie v
- harmonie [1]
- (muziek) harmonie [2]; samenklank
- har·mo·nie
- Afgeleid van het Latijnse harmonia
harmonie v
- harmonie; samenwerking of verband van een aantal zaken tot een welgeordend en aangenaam aandoend geheel
- (muziek) harmonieleer
- (muziek) harmonie; aangenaam klinkende vereniging van tonen
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- Internetová jazyková příručka - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Slovník spisovného jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Příruční slovník jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Česko-německý slovník Fr. Št. Kotta - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch / Duits)
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Muziek in het Nederlands
- Psychologie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %
- Woorden in het Afrikaans
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Muziek in het Afrikaans
- Woorden in het Pools
- Zelfstandig naamwoord in het Pools
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Pools
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 8
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Muziek in het Frans
- Woorden in het Tsjechisch
- Woorden in het Tsjechisch met IPA-weergave
- Woorden in het Tsjechisch met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch
- Muziek in het Tsjechisch
- Vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het Tsjechisch