Naar inhoud springen

handtasje

Uit WikiWoordenboek
  • hand·tas·je

het handtasje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord handtas
    â–ļ Mevrouw Christina Curtholmen zat helemaal stil met haar blik strak op de tafel gericht en haar handen krampachtig om het handtasje op haar knieÃŦn.[1]
  1. ↑
    Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “1968, De grote eeuw deel 7” (2017), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044633535