Naar inhoud springen

empathie

Uit WikiWoordenboek
  • em·pa·thie
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘inlevingsvermogen’ voor het eerst aangetroffen in 1968 [1]
  • afgeleid van het Griekse woord ἐμπάθεια (empatheia), of invoelen met het achtervoegsel -pathie [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord empathie -
verkleinwoord - -

deempathiev

  1. (psychologie) inlevingsvermogen, de kunde of vaardigheid van het invoelen/inleven in een ander
     Hoofdstuk 6 laat zien hoe ontwrichtende empathie de ketenen verbreekt die de meesten van ons ervan weerhouden om duurzame verlangens te ontdekken en te ontwikkelen die bijdragen aan een goed leven.[5]
     Bij McKinsey heb ik eens op een leiderschapscursus geleerd dat een goede spijtbetuiging vier componenten kent: je moet je fouten benoemen (check), je verantwoordelijkheid nemen (check), empathie tonen (check) en zeggen dat het niet meer zal gebeuren.[6]
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[7]


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  empathie     l'empathie     empathies     les empathies  

empathie v

  1. (psychologie) empathie