Naar inhoud springen

Witromplangoer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Witromplangoer
IUCN-status: Kritiek[1] (2015)
Witromplangoer
Taxonomische indeling
Rijk:Animalia (Dieren)
Stam:Chordata (Chordadieren)
Klasse:Mammalia (Zoogdieren)
Orde:Primates (Primaten)
Familie:Cercopithecidae (Apen van de Oude Wereld)
Geslacht:Trachypithecus
Soort
Trachypithecus delacouri
(Osgood, 1932)
Verspreidingsgebied van Trachypithecus delacouri
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Witromplangoer op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Zoogdieren

De witromplangoer (Trachypithecus delacouri) is een zwart-witte soort pruiklangoer uit de familie van de apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae). De soort is endemisch in Noord-Vietnam. Het is een dagactieve en voornamelijk in bomen levende soort, maar brengt meer tijd op de grond door dan andere pruiklangoersoorten. Hij leeft tussen kalkstenen kliffen en eet de bladeren van een breed scala aan plantensoorten. Hij selecteert de bladeren met het hoogste eiwitgehalte. De witromplangoer is territoriaal, maar de territoria overlappen elkaar. Hij leeft meestal in groepen bestaande uit één mannetje en meerdere vrouwtjes, in totaal 5 tot 30 individuen, hoewel er soms twee volwassen mannetjes aanwezig kunnen zijn. Met een dalende populatie van mogelijk slechts 200 individuen in minder dan 18 geïsoleerde populaties, is het een van 's werelds meest bedreigde primaten. De wetenschappelijke naam van de soort werd voor het eerst geldig gepubliceerd door Osgood in 1932.

De witromplangoer is een zwarte slankaap met crèmekleurige onderrug en buitenzijde van de dijen. De kop-romplengte van de mannetjes is 57-62 cm, ze hebben een staart van 82-88 cm en wegen 7½-10½ kg. De vrouwtjes zijn 57-59 cm met een staart van 84-86 cm en een gewicht van 6-9½ kg.[2]

De jongen worden geboren met open ogen, een volle vacht en sterke voorpoten waarmee ze zich aan de moeder kunnen vastklampen. De oranje huid van de pasgeborenen verandert binnen enkele dagen na de geboorte in zwart, net als bij volwassen dieren. Rond de 4 maanden verandert de oranje vacht in zwart en worden delen van de kop en flanken donkergrijs, waarmee de overgang naar het volwassen zwart-witpatroon in principe voltooid is rond de leeftijd van 3 jaar. Jonge dieren worden waarschijnlijk gespeend tussen de 19 en 21 maanden. De soort heeft 21 paar homologe chromosomen en 2 geslachtschromosomen (2n = 44).[2]

Verschillen met verwante soorten

[bewerken | brontekst bewerken]

De witromplangoer heeft een crèmekleurige onderrug en buitenzijde van de dijen en verschilt daarin van de nauwverwante Tonkinlangoer en witbrauwlangoer waarbij deze lichaamsdelen zwart zijn. De witromplangoer heeft minder wit in het gezicht dan de witbrauwlangoer, maar meer dan de Tonkinlangoer. De kam midden over de kop is hoger en smaller dan bij de andere soorten, waarbij de haren vooraan stijf rechtop staan en achteraan naar voren hellen. De soort is ook wat groter, de staart is absoluut langer, maar relatief korter, en heeft een dikkere en dikker behaarde punt. De baby's hebben een lichtere geeloranje vacht dan de beide andere langoeren.[2]

De witromplangoer is voor het eerst beschreven door Wilfred Hudson Osgood in 1932 en hij gaf die de wetenschappelijke naam Pithecus delacouri. In 1929 was de naam Pithecus echter al uitgeroepen tot nomen oblitum door de International Commission on Zoological Nomenclature. De Britse edelman en zoöloog John Reeves Ellerman en Terence Morrison-Scott waren van mening dat het ging om een ondersoort van de tonkinlangoer en noemde die in 1951 Presbytis francoisi delacouri. Douglas Brandon-Jones meende in 1984 dat het gaat om een soort hoelman en maakte daarom de combinatie Semnopithecus delacouri. Noel Rowe maakte in 1996 voor het eerst de huidige combinatie Trachypithecus delacouri. Dat zelfde jaar beschouwde ook Jack Fooden het dier als een ondersoort van de tonkinlangoer en maakte de combinatie Trachypithecus francoisi delacouri. De witromplangoer wordt gerekend tot de orde Primaten, de familie Apen van de Oude Wereld, en de onderfamilie Slankapen.[2]

De geslachtsnaam Trachypithecus is afkomstig van de oud-Griekse woorden τραχίς (trachys) wat ruw betekent en πίθηκος (pithekos), aap of mensaap. De soort is genoemd naar de verzamelaar van het type-exemplaar, de vooraanstaande Franse ornitholoog Jean Delacour. Het dier wordt in het Vietnamees voọc mông trắng (witbillangoer) genoemd.[2]

De soort komt alleen voor in de Vietnamese provincies Ninh Bình, Hà Nam, Hoa Binh, Thanh Hoa en de voormalige provincie Hà Tây die nu onderdeel uitmaakt van Hanoi. De soort is gemakkelijk te vinden in het natuurreservaat Van Long in de provincie Ninh Binh. Mogelijk komt de soort ook voor in het aangrenzende Laos, maar de uitgestrekte karstgebieden in Noordoost-Laos, die tegen het bekende verspreidingsgebied in Vietnam liggen, zijn nog nooit onderzocht.[2]