Wang Jin
| Wang Jin | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Naam (taalvarianten) | |||||||||||
| Vereenvoudigd | 王禁 | ||||||||||
| Traditioneel | 王禁 | ||||||||||
| Pinyin | Wáng Jīn | ||||||||||
| Wade-Giles | Wang Chin | ||||||||||
| |||||||||||
Wang Jin (†42 v.Chr), was een Chinese functionaris en de grootvader van de latere keizer Wang Mang (r.9-23 na Chr.) Hij was een zoon van Wang He en de vader van Wang Zhengjun, de latere gemalin van keizer Yuan.[1] Dankzij dat huwelijk van zijn dochter werden Wang Jin en zijn broer Wang Hong invloedrijke personen aan het keizerlijk hof.
Biografie
[bewerken | brontekst bewerken]Tot aan het huwelijk van zijn dochter Wang Zhengjun met keizer Yuan was Wang Jin in overheidsdienst als 'toezichthouder op de rechtszaken' (Tingwei, 廷尉), een juridische assistent van de minister van Justitie en werkzaam als rechter in de hoofdstad Chang'an. Na de proclamatie van Wang Zhengjun tot keizerin in 48 v.Chr. werd Wang Jin als vader van de nieuwe keizerin benoemd tot 'markies van Yangping' (Yangping hou, 陽平侯). Hij kreeg met zijn broer, Wang Hong vanaf dat moment een speciale hoge status aan het hof. Toen Wang Jin in 42 v.Chr. overleed ging zijn titel over op Wang Feng, zijn oudste zoon.
Wang Jin had in totaal acht zonen (Wang Feng, Wang Man, Wang Tan, Wang Chong, Wang Shang, Wang Li, Wang Gen en Wang Fengshi). Vijf van deze zonen werden op dezelfde dag in het jaar 32 in de adelstand verheven, zij stonden sindsdien bekend als de 'vijf markiezen' (五侯, wu hou). De tweede zoon, Wang Man, was de vader van de latere keizer Wang Mang. Behalve de latere keizerin Wang Zhengjun had Wang Jin nog vier dochters (Wang Jundi, Wang Junxia, Wang Junli en Wang Ruo). De kinderen van Wang Jin domineerden, net als hun directe nakomelingen, het keizerlijke hof tijdens de laatste fase van de Westelijke Han-dynastie en tijdens de Xin-dynastie, de regeerperiode van Wang Mang (9-23 na Chr.) zelf.
Nadat Wang Mang in 9 na Chr. keizer was geworden liet hij negen tempels bouwen om zijn voorouders te vereren. De achtste van deze reeks heiligdommen was bestemd voor Wang Jin, zijn grootvader, die postuum de titel "Qinghou" (顷侯) ontving.
| Wang Sui | ||||||||||||||||
| Wang He | ||||||||||||||||
| Wang Jin | ||||||||||||||||
| Wang Man | ||||||||||||||||
| Wang Mang | ||||||||||||||||
Literatuur
[bewerken | brontekst bewerken]- 'Wang Jin' in: Loewe, Michael, A Biographical Dictionary of the Qin, Former Han and Xin Periods (221 BC - AD 24), Leiden (Brill) 2000, ISBN 90-04-10364-3, p. 530-31.