Typelocatie
De typelocatie (Engels: type locality) is de plaats waar een type (van een wetenschappelijke naam voor een organisme) vandaan komt, of gezien is.
Een typelocatie heeft op zich geen wetenschappelijke waarde, maar kan de enige locatie zijn waarvan vast staat dat een organisme daar ooit voorkwam. Dit kan een aanknopingspunt voor verder onderzoek zijn.
Zoölogie
[bewerken | brontekst bewerken]In de zoölogie is de typelocatie formeel gedefinieerd als de plaats waar het type-exemplaar van de naam van de soort of ondersoort verzameld, of gezien, is. Voorbeelden:
- de Olduvaikloof in Oost-Afrika - vindplaats van de eerste hominiden
- de boring bij de 'Löwebrauerei' in Berlijn - de boring waarvan de uitgestorven moerasslak Viviparus diluvianus voor het eerst uit beschreven is.
In de zoölogie is het toegestaan een nieuwe naam te publiceren op basis van foto van een dier, ook als dat dier zelf niet geconserveerd is en er dus geen type-exemplaar in een collectie bestaat.
De typelocatie van een naam is van belang wanneer er een nieuw type gekozen wordt (bijvoorbeeld wanneer het oorspronkelijk type verloren is): het nieuwe type hoort liefst te komen van een plaats zo dicht mogelijk bij de typelocatie (in verband met mogelijke geografische variatie binnen een taxon). Als er inderdaad een nieuw type gekozen wordt verandert de typelocatie automatisch mee.
Elders
[bewerken | brontekst bewerken]De term ook in andere wetenschapsvelden gebruikt, voor een verwant concept, maar daarbij wordt iets heel anders verstaan onder een "type".
In de stratigrafie is de typelocatie de plek waar een stratotype (een bepaalde gesteentelaag dan wel een grensvlak tussen gesteentelagen) beschreven is.
In de geologie is de typelocatie de plek waar een gesteente of mineraal beschreven is.
- Bad Bentheim, Duitsland - ontsluiting van de Bentheimer zandsteen