wieltje
Uiterlijk

- wiel·tje
| [2] | enkelvoud | meervoud |
|---|---|---|
| naamwoord | (wiel) | (wielen) |
| verkleinwoord | wieltje | wieltjes |
hetâwieltjeâo
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord wiel
- alleen verkleinwoord (steeltjeszwammen) bepaald soort paddenstoel Marasmius rotulaÂ
uit de familie MarasmiaceaeÂ
, die voorkomt op dode takjes, twijgen en wortels van loofbomen en zelden ook naaldbomen in bossen, parken en lanen met een voorkeur voor een vochtige bodem
- [2] dwergwieltje, rietwieltje
- Het woord wieltje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "wieltje" herkend door:
| 99Â % | van de Nederlanders; |
| 99Â % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- â
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 âWord Prevalence Valuesâ op ugent.be
CategorieÃŦn:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -tje in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Betekenis alleen als verkleinwoord in het Nederlands
- Steeltjeszwammen in het Nederlands
- Schimmels in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %