Naar inhoud springen

wieltje

Uit WikiWoordenboek
  • wiel·tje
  • afgeleid van  wiel zn  met het achtervoegsel -tje
[2] enkelvoud meervoud
naamwoord (wiel) (wielen)
verkleinwoord wieltje wieltjes

het wieltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord wiel
  2. alleen verkleinwoord (steeltjeszwammen) bepaald soort paddenstoel Marasmius rotula op Wikispecies uit de familie Marasmiaceae op Wikispecies, die voorkomt op dode takjes, twijgen en wortels van loofbomen en zelden ook naaldbomen in bossen, parken en lanen met een voorkeur voor een vochtige bodem
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[1]
  • [1] wieltje in het Nederlands Soortenregister N
  • [1] wieltje op Wikidata op Wikidata
  1. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be