rugspier
Uiterlijk

- rug·spier
- samenstelling van  rug en  spier [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rugspier | rugspieren |
| verkleinwoord | rugspiertje | rugspiertjes |
- de spieren die aan de rugzijde van een mens of dier langs de wervelkolom liggen
- Als je rugklachten hebt moet je je rugspieren trainen.Â
- Het woord rugspier staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "rugspier" herkend door:
| 99Â % | van de Nederlanders; |
| 99Â % | van de Vlamingen.[2] |
- â Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- â
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 âWord Prevalence Valuesâ op ugent.be