pleisteren
Uiterlijk
- Geluid: pleisteren (hulp, bestand)
- IPA: / ˈplɛistərə(n) / (3 lettergrepen)
- pleis·te·ren
- In de betekenis van ‘de reis onderbreken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1647 [1]
- afleiding van pleister met het achtervoegsel -en [2] [3]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| pleisteren |
pleisterde |
gepleisterd |
| zwak -d | volledig | |
- inergatief, (formeel) een reis onderbreken om te rusten en te eten
- Ze vonden dat het tijd werd om even te gaan pleisteren.
- overgankelijk iets met kalkspecie of gips bestrijken
- De opdracht was om dat binnen 15 minuten te pleisteren.
- overgankelijk pleisters leggen op iets
- Ik moest de vloer pleisteren.
- [2] afsmeren, plaasteren, stukadoren
|
|
2. iets met kalkspecie of gips bestrijken
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | (alleen attributief) |
| verbogen |
pleisteren [6]
- van pleister (kalkspecie of gips)
- Het woord pleisteren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "pleisteren" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[7] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "pleisteren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ pleisteren op website: Etymologiebank.nl
- ↑ pleisteren op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -en in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Formeel in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Stofadjectief in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %