inleggen
Uiterlijk
- in·leg·gen
- samenstelling van in bw en leggen ww
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| inleggen |
legde in |
ingelegd |
| zwak -d | volledig | |
inleggen
- overgankelijk het vatten van edelstenen in edelmetaal of hout in ander hout
- Deze ring is ingelegd met diamant en robijn.
- ▸ De chique, ruime schrijftafel van ebbenhout, die stijlvol was ingelegd met lichtere houtsoorten, die voor het raam was geplaatst naast de openslaande deuren naar het terras en die gepaard was aan een sobere maar degelijke en comfortabele houten bureaustoel uit de jaren dertig, had ik al meteen bij binnenkomst opgemerkt.[1]
- overgankelijk (financieel) inbrengen van geld (in een belegging etc.)
- overgankelijk innemen
- overgankelijk in, binnen, tussen iets leggen
- overgankelijk (kookkunst) met pekel, zuur, brandewijn of suiker in een pot doen om ze te conserveren
- behalen
- ergens eer mee inleggen
de inleggen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord inleg
- Het woord inleggen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "inleggen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 96 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers
, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 18 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Scheidbaar werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Financieel in het Nederlands
- Kookkunst in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 96 %