glasgevel
Uiterlijk
- glas·ge·vel
- samenstelling van  glas zn en  gevel znÂ
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | glasgevel | glasgevels |
| verkleinwoord |
deâglasgevelâm
- (bouwkunde) niet-dragende gevel gemaakt van glas
- âļ De schade in het winkelcentrum Beverhof in Beverwijk is aanzienlijk. Gevelplaten lieten los en de glasgevel is verwoest door de klap van de explosie.[1]
- Het woord glasgevel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- â
Weblink bron â'Binnen in het winkelcentrum is de glasgevel naar binnen geschoven'â (Zaterdag 12 december 2020, 08:11), NOS