déficit
Uiterlijk
- Geluid: déficit (Toulouse, Frankrijk) (hulp, bestand)
- IPA: /de.fi.sit/
- Geattesteerd sinds de 16de eeuw, afkomstig van Latijn deficit "het ontbreekt", 3de persoon enkelvoud indicatief praesens van deficere [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| déficit | le déficit | déficits | les déficits |
déficit m
- ↑ déficit (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.
- dé·fi·cit
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| déficit | déficits |
déficit m
- déficit in: Diccionario de la lengua española, 23e druk, op website: Real academia española
Categorieën:
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 7
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Financieel in het Frans
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 7
- Woorden in het Spaans met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Spaans
- Financieel in het Spaans