dater
Uiterlijk
- da·ter
- uit het Engels
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dater | daters |
| verkleinwoord |
de dater m
- persoon die een afspraakje heeft met een potentiële geliefde
- Het woord dater staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| dater |
datais |
daté |
| eerste groep | volledig | |
dater
- overgankelijk dateren [1]; de leeftijd van iets bepalen
- onovergankelijk dateren [2]; uit een bepaalde tijd stammen
- overgankelijk dateren [3]; dagtekenen; voorzien van een datum
- onovergankelijk gedateerd zijn; niet meer gangbaar zijn
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Achtervoegsel -er in het Frans
- Werkwoord in het Frans
- Overgankelijk werkwoord in het Frans
- Onovergankelijk werkwoord in het Frans