circa
Uiterlijk
- cir·ca
circa
- ongeveer, plusminus
- ▸ "Onze bezettingsgraad is nog steeds acceptabel, maar door de combinatie van de verhoogde toeristenbelasting en stijging van de btw zien wij inmiddels een daling van circa 10 procent.[3]
- ▸ 'In circa vijfentwintig procent van de gevallen is de oorzaak gelegen in zwak zaad van de man.[4]
- Dek de schaal af met folie en zet circa één uur in de oven. [5]
circa
1.
- Het woord circa staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "circa" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[6] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "circa" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ circa op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Weblink bron Leen Kraniotis“Amsterdam heeft straks bijna de hoogste toeristenbelasting ter wereld” (23-8-2026), NOS - ↑ “De familie Wachtman” (2006), Ambo/Anthos, ISBN 9789026352508
- ↑ Sam de Voogt 22 juni 2016 NRC
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
cĭrcă + accusatief
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijwoord in het Nederlands
- Voorzetsel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %
- Woorden in het Latijn
- Voorzetsel in het Latijn
- Voorzetsel met de accusatief in het Latijn