Naar inhoud springen

circa

Uit WikiWoordenboek
  • cir·ca
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘voorzetsel’ voor het eerst aangetroffen in 1749 [1]
  • [2]

circa

  1. ongeveer, plusminus
     "Onze bezettingsgraad is nog steeds acceptabel, maar door de combinatie van de verhoogde toeristenbelasting en stijging van de btw zien wij inmiddels een daling van circa 10 procent.[3]
     'In circa vijfentwintig procent van de gevallen is de oorzaak gelegen in zwak zaad van de man.[4]
    • Dek de schaal af met folie en zet circa één uur in de oven. [5] 

circa

  1. rond, omstreeks
99 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[6]


cĭrcă + accusatief

  1. rond, rondom
    «circa urbem»
    rond de stad
  2. omstreeks
  3. ongeveer