bijzijn
Uiterlijk
- bij·zijn
- samenstelling van  bij en  zijnÂ
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bijzijn | - |
| verkleinwoord | - | - |
hetâbijzijnâo
- in het ~: in aanwezigheid van iemand
- In het bijzijn van vrijwel alle ouders zongen de kinderen van het kinderkoor een kerstlied op het toneel.Â
- âļ Gijs lijkt overal verstand van te hebben en etaleert die kennis graag. Zeker in het bijzijn van andere mannen - Giorgos in dit geval - alsof hij met ze probeert te wedijveren.[1]
- âļ Al meerdere malen had Sander hem in het bijzijn van anderen gekleineerd.[2]
- Het woord bijzijn staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bijzijn" herkend door:
| 97Â % | van de Nederlanders; |
| 94Â % | van de Vlamingen.[3] |
- â Ronald Giphart e.a.âEen familie en een Griekse godâ (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
- â âAll-inclusiveâ
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - â
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 âWord Prevalence Valuesâ op ugent.be
CategorieÃŦn:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 94 %