beenspier
Uiterlijk
- been·spier
- samenstelling van  been zn en  spier znÂ
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | beenspier | beenspieren |
| verkleinwoord | beenspiertje | beenspiertjes |
deâbeenspierâvâ/âm [1]
- (anatomie) spier gelegen in de onderste ledematen van de mens
- âļ Zangeres Anouk heeft in MalmÃķ bij het bowlen een beenspier verrekt. Ze moet daarom verstek laten gaan bij de openingsreceptie van het Eurovisie Songfestival in Zweden. De organisatie van de Nederlandse delegatie bij het Songfestival laat dat weten via Twitter.[2]
- Het woord beenspier staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- â Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- â
Weblink bron âBlessure Anouk bij start Songfestivalâ (zondag 12 mei 2013, 18:28), NOS
CategorieÃŦn:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Anatomie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal