balle
Uiterlijk
- bal·le
| vervoeging van |
|---|
| ballen |
balle
- aanvoegende wijs van ballen
- Het woord balle staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| balle | la balle | balles | les balles |
balle v
- bal
- (spreektaal) kop [1]
- (spreektaal) bal, pop, piek
- «Cette caisse, Arno l'a eue pour deux mille balles.»
- Arno heeft die kar voor tweeduizend piek gekregen. [1]
- «Cette caisse, Arno l'a eue pour deux mille balles.»
- [1] la balle est dans le camp de quelqu'uniemand heeft nu de macht of de verantwoordelijkheid om iets te kunnen doen (letterlijk: de bal ligt in het kamp van iemand)
balle
- bal; bolvormig voorwerp
balle
- bal; bolvormig voorwerp
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 5
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Spreektaal in het Frans
- Woorden in het Nedersaksisch
- Zelfstandig naamwoord in het Nedersaksisch
- Woorden in het Veluws
- Zelfstandig naamwoord in het Veluws