Naar inhoud springen

Verisign

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Verisign
Logo
Hoofdkantoor van Verisign
Hoofdkantoor van Verisign
Locatie
Hoofdkantoor Reston
Industrie en producten
Industrie(ën) Internet en communicatie
Producten/diensten .com, .net, .tv, .name, .cc
Status en tijdlijn
Oprichting 1995
Oprichtings­locatie Verenigde StatenBewerken op Wikidata
Bedrijfsstructuur
Rechtsvorm Delaware-vennootschapBewerken op Wikidata
Oprichter(s) James BidzosBewerken op Wikidata
Sleutelfiguren Jim Bidzos[1]
Aantal werknemers 1019 (2015)[2]Bewerken op Wikidata
Financiën
Beurs NASDAQ: VRSN
Totaal vermogen 2.941.000.000 US$ (2017)Bewerken op Wikidata
Totaal eigen vermogen -1.201.000.000 US$ (2016)[3]Bewerken op Wikidata
Omzet/jaar US$ 1.010 miljoen (2014)[4]
Bedrijfsresultaat/jaar 943.100.000 US$ (2022)[5]Bewerken op Wikidata
Winst/jaar US$ 355 miljoen (2014)[4]
Links
Website www.verisigninc.com
Portaal  Portaalicoon   Economie

Verisign is een Amerikaanse onderneming uit Reston (Virginia) die verantwoordelijk is voor verschillende netwerkinfrastructuren, waaronder twee van de in totaal dertien rootservers, het gezaghebbende register voor de generieke topleveldomeinen .com, .net en .name en de landelijke topleveldomeinen .cc en .tv, alsmede de back-endsystemen voor de topleveldomeinen .jobs en .edu. Daarnaast levert Verisign een reeks beveiligingsservices, zoals beheerde DNS, bescherming tegen DDoS-aanvallen (Distributed Denial of Service) en rapporten over cyberbedreigingen.

In 2010 verkocht Verisign zijn authenticatieactiviteiten voor $1,28 miljard aan Symantec. Deze bedrijfseenheid omvatte de diensten voor SSL (Secure Sockets Layer), PKI (public key infrastructure), Verisign Trust Seal en Verisign Identity Protection (VIP).[6]

Brian Robins, de toenmalige financieel directeur van Verisign, maakte in augustus 2010 bekend dat de onderneming in 2011 van haar oorspronkelijke thuisbasis Mountain View in Californië zou verhuizen naar Dulles in het noorden van Virginia, omdat 95% van de activiteiten van de onderneming zich aan de oostkust van de Verenigde Staten afspeelden.[7]

Verisign geeft tevens sublicenties uit aan andere bedrijven, die licenties getekend door Verisign kunnen verkopen.

Verisign werd in 1995 opgericht als een afsplitsing van RSA Security, een bedrijf dat certificeringsdiensten leverde. De nieuwe onderneming ontving licenties voor belangrijke cryptografiepatenten van RSA en er werd een tijdelijke overeenkomst met een non-concurrentiebeding afgesloten. De nieuwe onderneming was actief als certificeringsinstantie (CA) en had aanvankelijk deze missie: "Vertrouwen leveren voor het internet en de e-commerce door middel van onze producten en diensten voor digitale authenticatie". Voordat de certificeringsactiviteiten in 2010 aan Symantec werden verkocht, had Verisign meer dan 3.000.000 actieve certificaten voor uiteenlopende afnemers in het leger, de financiële dienstverlening en de detailhandel. Hiermee was Verisign de grootste CA voor de coderings- en authenticatieactiviteiten op het internet. De meeste mensen herkennen de uitkomst van een authenticatieprocedure aan het kleine hangslotpictogram dat in de webbrowser wordt weergegeven wanneer ze online winkelen of een beveiligde website bezoeken.

In 2000 nam Verisign het bedrijf Network Solutions over,[8] dat de generieke topleveldomeinen .com, .net en .org beheerde op basis van overeenkomsten met ICANN (Internet Corporation for Assigned Names and Numbers) en het Amerikaanse ministerie van handel. Deze registerbeheerfuncties vormden de basis voor de domeinnaamdivisie van Verisign, die inmiddels het grootste en belangrijkste onderdeel van de onderneming is. In 2003 stootte Verisign de detailhandeltak van Network Solutions (registrarfunctie) af, terwijl de groothandelsactiviteit (het topleveldomeinregister) behouden bleef als de kernactiviteit op het gebied van internetadressering.[9]

Op 9 augustus 2010 nam Symantec voor circa $1,28 miljard de authenticatieactiviteiten van Verisign over, inclusief de SSL-certificeringsdiensten (Secure Sockets Layer), de PKI-diensten (Public Key Infrastructure), de Verisign Trust-diensten, de VIP-authenticatiedienst (Verisign Identity Protection) en een meerderheidsaandeel in Verisign Japan.

Verisign bestaat tegenwoordig uit twee divisies: Naming Services beheert topleveldomeinen en kritieke internetinfrastructuur, terwijl Network Intelligence & Availabity (NIA) diensten levert op het gebied van DDoS-bescherming, beheerde DNS en informatie over bedreigingen.

Producten en diensten

[bewerken | brontekst bewerken]

De kernactiviteit van Verisign is de divisie Naming Services. Deze divisie beheert de gezaghebbende domeinnaamregisters voor twee van de belangrijkste topleveldomeinen van het internet: .com en .net. Verisign is ook de officiële registry operator voor de generieke topleveldomeinen .name en .gov en de landelijke topleveldomeinen .cc (Cocoseilanden) en .tv (Tuvalu). Daarnaast is Verisign de primaire technische onderaannemer voor de topleveldomeinen .edu en .jobs namens de desbetreffende registry operators, die instellingen zonder winstoogmerk zijn. In deze hoedanigheid onderhoudt Verisign de zonebestanden voor deze domeinen en verzorgt Verisign de hosting van de domeinen vanaf de eigen domeinservers. Registry operators zijn als het ware 'groothandelaren' in domeinnamen, terwijl registrars te vergelijken zijn met detailhandelaren, die rechtstreeks met klanten samenwerken om domeinnamen te registreren.

Verisign onderhoudt bovendien twee van de dertien 'rootservers' van het internet. Deze servers worden aangeduid met de letters A tot en met M (Verisign is verantwoordelijk voor de rootservers A en J.) De rootservers staan helemaal boven in de hiërarchie van het Domain Name System, dat ten grondslag ligt aan alle internetcommunicatie. Verder genereert Verisign het wereldwijd erkende hoofdzonebestand, met verantwoordelijkheid voor het verwerken van veranderingen in dit bestand, nadat ICANN hiertoe opdracht heeft gegeven en de veranderingen zijn goedgekeurd door het Amerikaanse ministerie van handel. Aanvankelijk werden veranderingen in de hoofdzone gedistribueerd via de rootserver A, maar tegenwoordig worden ze over alle dertien rootservers gedistribueerd via een afzonderlijk distributiesysteem, dat door Verisign wordt onderhouden. Verisign is de enige van de twaalf rootserverbeheerders die meer dan één rootserver beheert. De rootservers A en J werken op basis van 'anycasting' en niet langer vanuit de eigen datacenters van Verisign. Deze methode vergroot de redundantie en verbetert de beschikbaarheid, zodat het risico van grote problemen bij een storing in één systeem wordt verkleind.

Wildcard-DNS-controverse Verisign

[bewerken | brontekst bewerken]

Op 15 september 2003 introduceerde Verisign een wildcard-DNS-record voor alle .com- en .net-domeinnamen die nog niet door anderen geregistreerd waren. Mensen die naar dergelijke nog niet bestaande domeinen surften met een webbrowser, kwamen op de pagina van Verisign terecht. Dit werd de "Site Finder-dienst" genoemd.

Deze actie veroorzaakte een storm van protest; iedereen die een typefout maakte en bijvoorbeeld www.wikiporndia.net in de webbrowser intikte, kwam niet alleen op de website van Verisign terecht, maar deze informatie werd ook gelogd in de webserverlogs hiervan. Als reactie hierop werd er een versie van BIND (DNS-server-software) uitgebracht, die wildcardrecords voor specifieke domeinen kon uitfilteren. Begin oktober 2003 schakelde Verisign, als gevolg van een ernstige brief van ICANN, Site Finder uit, maar het bedrijf liet open of het de dienst in de toekomst weer zou inschakelen.

2001: Fout met codeondertekeningscertificaten

[bewerken | brontekst bewerken]

In januari 2001 gaf Verisign per ongeluk twee Class 3 codeondertekeningscertificaten uit aan een persoon die beweerde een medewerker van Microsoft te zijn.[10] De fout werd niet ontdekt en de certificaten werden pas twee weken later tijdens een routinecontrole ingetrokken. Omdat codeondertekeningscertificaten van Verisign geen Certificate Revocation List Distribution Point specificeren, was er geen manier om ze automatisch als ingetrokken te detecteren, waardoor klanten van Microsoft gevaar liepen.[bron?] Microsoft moest later een speciale beveiligingspatch uitbrengen om de certificaten in te trekken en als frauduleus te markeren.[11]

2002: Rechtszaak over domeinoverdracht

[bewerken | brontekst bewerken]

In 2002 werd Verisign aangeklaagd voor domain slamming – het overdragen van domeinen van andere registrars naar zichzelf door de registranten te laten geloven dat zij hun domeinnaam gewoon verlengden. Hoewel ze niet schuldig werden bevonden aan het overtreden van de wet, werd het hun verboden te suggereren dat een domein op het punt stond te verlopen of te beweren dat een overdracht in feite een verlenging was.

2003: Rechtszaak over Site Finder

[bewerken | brontekst bewerken]

In september 2003 introduceerde Verisign een dienst genaamd Site Finder, die webbrowsers omleidde naar een zoekdienst wanneer gebruikers probeerden naar onbestaande .com- of .net-domeinnamen te gaan. ICANN stelde dat Verisign de voorwaarden van zijn contract met het Amerikaanse ministerie van Handel had overtreden, dat Verisign in wezen het recht geeft om de DNS voor .com en .net te beheren, en Verisign sloot de dienst af. Vervolgens spande Verisign in februari 2004 een rechtszaak aan tegen ICANN om duidelijkheid te krijgen over welke diensten het kon aanbieden in het kader van zijn contract met ICANN. De zaak werd in augustus 2004 overgebracht van de federale rechtbank naar een staatsrechtbank in Californië.[12] Eind 2005 kondigden Verisign en ICANN een voorgestelde schikking aan die een proces definieerde voor de introductie van nieuwe registerdiensten in het .com-register. De documenten betreffende deze schikkingen zijn beschikbaar op ICANN.org.[13] Het archief van de mailinglijst met ICANN-reacties[14] documenteert een aantal punten van kritiek die naar voren zijn gebracht met betrekking tot de schikking.

2003: Opgave .org-domein

[bewerken | brontekst bewerken]

In overeenstemming met het charter van ICANN om concurrentie op de markt voor domeinnamen te introduceren, stemde Verisign ermee in om in 2003 de exploitatie van het .org-topdomein op te geven in ruil voor een verlenging van zijn contract om .com te exploiteren, dat destijds meer dan 34 miljoen geregistreerde adressen had.

2005: Behoudt het .net-domein

[bewerken | brontekst bewerken]

Halverwege 2005 verliep het bestaande contract voor de exploitatie van .net, en vijf bedrijven, waaronder Verisign, boden op het beheer ervan. Verisign schakelde talrijke IT- en telecomgiganten in, waaronder Microsoft, IBM, Sun Microsystems, MCI en anderen, om te benadrukken dat Verisign een perfecte staat van dienst had bij het exploiteren van .net. Zij stelden voor dat Verisign het .net-DNS zou blijven beheren vanwege het cruciale belang ervan als het domein dat ten grondslag ligt aan talrijke "backbone"-netwerkdiensten. Verisign werd ook geholpen door het feit dat enkele van de andere bieders buiten de Verenigde Staten waren gevestigd, wat in kringen rond de nationale veiligheid zorgen opriep. Op 8 juni 2005 kondigde ICANN aan dat Verisign was goedgekeurd om .net tot 2011 te exploiteren. Meer informatie over het biedingsproces voor .net is beschikbaar bij ICANN.[15] Op 1 juli 2011 kondigde ICANN aan dat de goedkeuring van VeriSign om .net te exploiteren met nog eens zes jaar was verlengd, tot 2017.[16]

2010: Datalek en controverse over openbaarmaking

[bewerken | brontekst bewerken]

In februari 2012 onthulde Verisign dat zijn netwerkbeveiliging in 2010 herhaaldelijk was doorbroken. Verisign stelde dat de inbreuk geen impact had op het Domain Name System (DNS) dat zij beheren, maar gaf geen details over het verlies van gegevens. Verisign kreeg veel kritiek omdat het de inbreuk niet eerder had gemeld en blijkbaar had geprobeerd het nieuws te verbergen in een SEC-indiening uit oktober 2011.[17][18]

Vanwege het gebrek aan details van Verisign was het niet duidelijk of de inbreuk gevolgen had voor de certificaatondertekeningsactiviteiten, die eind 2010 door Symantec werden overgenomen. Sommigen, zoals Oliver Lavery, directeur Beveiliging en Onderzoek bij nCircle, twijfelden eraan of sites die Verisign SSL-certificaten gebruikten wel te vertrouwen waren.[17]

2010: Inbeslagname van websitedomeinen

[bewerken | brontekst bewerken]

Op 29 november 2010 vaardigde de Amerikaanse immigratie- en douanedienst (US ICE) inbeslagnemingsbevelen uit tegen 82 websites met .com-internetadressen, waarvan werd gemeld dat ze betrokken waren bij de illegale verkoop en distributie van namaakgoederen.[19] Als registerbeheerder voor .com voerde Verisign de vereiste verwijderingen van de 82 sites uit op bevel van de wetshandhaving.[20] InformationWeek meldde dat "Verisign alleen zal zeggen dat het verzegelde gerechtelijke bevelen heeft ontvangen waarin bepaalde handelingen worden opgedragen met betrekking tot specifieke domeinnamen".[21] De verwijdering van de 82 websites werd aangehaald als aanleiding voor de lancering van "het Dot-P2P-project"[22] om een gedecentraliseerde DNS-dienst te creëren zonder gecentraliseerde registerbeheerders. Na de verdwijning van WikiLeaks in de daaropvolgende week[23] en de gedwongen verhuizing naar wikileaks.ch, een Zwitsers domein, waarschuwde de Electronic Frontier Foundation voor de gevaren van bedrijfscontrole over cruciale onderdelen van de internetinfrastructuur, zoals DNS-naamvertaling.[24]

2012: Inbeslagname van websitedomeinen

[bewerken | brontekst bewerken]

In maart 2012 verklaarde de Amerikaanse overheid dat zij het recht heeft om domeinen in beslag te nemen die eindigen op .com, .net, .cc, .tv, .name en .org als de bedrijven die de domeinen beheren in de VS gevestigd zijn. De Amerikaanse overheid kan domeinen die eindigen op .com, .net, .cc, .tv en .name in beslag nemen door een gerechtelijk bevel aan Verisign te betekenen, dat die domeinen beheert. Het .org domein wordt beheerd door het in Virginia gevestigde non-profitorganisatie Public Interest Registry. In maart 2012 sloot Verisign de sportweddenschapssite Bodog.com af na ontvangst van een gerechtelijk bevel, hoewel de domeinnaam was geregistreerd op naam van een Canadees bedrijf.[25]