Naar inhoud springen

Valkhof

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Valkhof
Valkhof ingang
Valkhof ingang
Locatie BenedenstadBewerken op WikidataVlag van Nederland Nederland
Coördinaten 51° 51 NB, 5° 52 OL
Oppervlakte 40 ha
Opening 1886
Monumentnummer 31192
Monumentnummer 31192
Monumentstatus Rijksmonument
Detailkaart
Valkhof (Nijmegen-Centrum)
Valkhof
Portaal  Portaalicoon   Nijmegen

Het Valkhof is tegenwoordig een bekend park in Nijmegen in de Nederlandse provincie Gelderland. Het is gelegen aan de rand van het stadscentrum op een kleine heuvel.

Het huidige park werd begin 19e eeuw aangelegd en is in de loop van die eeuw verder vormgegeven. De plek zelf kende echter al menselijke bewoning in de oudheid, in ieder geval zeker vanaf de Romeinse tijd.

De plek wordt in 1639 door Isaac van Geelkercken eerst vermeld als Het Valckhoff, en tien jaar later door Joan Blaeu als Valckhof. De benamingen Buitenhof en Hofberg komen tot en met de 19e eeuw ook voor.[1]

Waar de naam Valkhof zelf precies vandaan komt, is niet helemaal zeker. De naam als zodanig dateert volgens de huidige inzichten op z'n vroegst uit de 14e eeuw. Vermoedelijk werd er oorspronkelijk mee gedoeld op het terrein ten westen en zuiden van de burcht, waar in die tijd de valkerij werd beoefend door edellieden die op de burcht verbleven. De van oorsprong middeleeuws Duitse burcht werd in die tijd zelf nog aangeduid als de "Furstendomsburcht".[2] "Hof" zou daarbij specifiek betrekking hebben gehad op de bijgebouwen, waar in de hoogtijdagen van de burcht ook nog allerlei andere dieren werden gehouden. Er is voorts een (onbewezen) verband gesuggereerd met Lodewijk de Vrome, die hier in de 9e eeuw ook al valken zou hebben gehouden, op de voorplaats van het hof van de 8e-eeuwse palts die als de rechtstreekse voorloper van de burcht geldt. Ongeveer vanaf de 16e eeuw werd er in de eerste plaats mee gedoeld op de burcht als zodanig, en met terugwerkende kracht bovendien nog op de 8e-eeuwse palts. Na de sloop van de burcht bleef de benaming Valkhof in gebruik; deze ging weer over op het huidige park. "Het Valkhof in Nijmegen" heeft tegenwoordig zodoende zeker vier mogelijke betekenissen.[3]:17[4]

Volgens een alternatieve etymologische verklaring zou het hier gaan om een verbastering van 'Frankenhof', 'Vahalenhof' 'Walenhof' of zelfs 'Waalhof'; deze laatste namen zouden verwijzen naar de Galliërs. Voor deze verklaring bestaat tegenwoordig echter weinig steun.[5][6]:184

Voorgeschiedenis

[bewerken | brontekst bewerken]
Zie Geschiedenis van Nijmegen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ook de architect Jan Jacob Weve (1852-1942) – die omstreeks 1910 veel heeft bijgedragen aan de reconstructie en precieze datering van de in zijn tijd al verdwenen Valkhofburcht – meende dat het Valkhof vóór de komst van de Romeinen al een vrij aanzienlijke bewoning had gekend. Zo zouden er in ieder geval omstreeks 55 v.Chr. Menapii moeten hebben gewoond, een van de Keltische stammen. Niet lang daarna zouden de Bataven zich hier gevestigd hebben, om vervolgens door de Romeinen te worden onderworpen.[3]:19 In de loop van de 20e eeuw begon men het echter waarschijnlijker te vinden dat de omgeving in en rond Nijmegen tot aan het moment dat de Romeinen hier arriveerden nog voornamelijk onbewoond bosgebied geweest was. Ook de archeologie lijkt meer in die richting te wijzen; op de Valkhofheuvel, in het Hunnerpark en aan het Kelfkensbos zijn vooralsnog geen archeologische sporen van inheemse Germaanse en/of Keltische stammen gevonden die duidelijk dateren van vóór het begin van de Romeinse tijd in Nederland. Anderzijds zijn er weer wel bepaalde archeologische sporen in deze omgeving gevonden die duiden op een zekere mate van menselijke bewoning alhier in nog eerdere millennia (de echte prehistorie).[7] :20

Informatiebord bij de "Valkhofroute"

Omstreeks 20-15 v.Chr. werd er, zo neemt men aan, op de Hunnerberg een vrij groot (d.w.z. 10.000 man of nog meer) eerste Romeins legerkamp (castrum) gestationeerd. Na enkele jaren werd dit eerste Romeinse kamp alweer vervangen door een kleinere commandocentrale op het Kops Plateau. Nabij de kampen verrees in ongeveer dezelfde periode de nederzetting die in de Historiae van Tacitus wordt benoemd als Oppidum Batavorum ("hoofdstad der Bataven"). De ligging daarvan werd omstreeks 1923 door de archeoloog Mathé Daniëls ruwweg gesitueerd vanaf het Valkhof tot waar nu het keizer Traianusplein is.[8] Omstreeks het jaar 100 lijkt iets westelijker (op de plek waar nu de wijk Waterkwartier is) een Romeinse stad te zijn verrezen; op grond van enkele indirecte aanwijzingen wordt gedacht dat de volledige naam daarvan Ulpia Noviomagus Batavorum was.

Omstreeks 270 n.Chr. zou deze Romeinse stad weer zijn verlaten, de Romeinen vestigden zich toen voor enige tijd opnieuw op het Valkhof. In het Kelfkensbos en aan de straat Lindenberg zijn sporen van grachten teruggevonden die erop lijken te wijzen dat er omstreeks de 4e eeuw aan het Valkhof opnieuw Romeinse versterkingen waren, terwijl de eigenlijke stad Noviomagus toen blijkbaar al was opgegeven en verlaten.[7]:21-22

In de 5e eeuw kwam het gebied vermoedelijk in Merovingische handen. De Gertrudiskerk, waarschijnlijk de allereerste parochiekerk die Nijmegen ooit gehad heeft, moet in de 7e eeuw dan wel begin 8e eeuw aan het Valkhof zijn gebouwd, wellicht daar waar omstreeks 1400 de Voerweg is aangelegd. Deze kerk moet omstreeks 1254 weer zijn afgebroken (de nog altijd bestaande Stevenskerk in het echte centrum kwam ervoor in de plaats).[9]

Karel de Grote zou rond 777 aan het Valkhof een van zijn paltsen hebben laten bouwen. In de eerste paar eeuwen daarna fungeerde deze palts als belangrijke bestuurlijke residentie. De Valkhofpalts werd rond 880 voor het eerst verwoest door de Noormannen, om daarna weer te worden herbouwd.[10] In 1047 liet Godfried II van Opper-Lotharingen de palts uiteindelijk definitief platbranden, tijdens een opstand tegen keizer Hendrik III.[11]

Tussen 1152 en 1155 bouwde keizer Frederik I Barbarossa wallen en muren om de nederzetting die in de eeuw daarna zou uitgroeien tot de stad Nijmegen. Vanaf het midden van de 12e tot het eind van de 18e eeuw stond aan het Valkhof de burcht, die tot en met de 16e eeuw zowel een zeer belangrijke defensieve alsook (deels) bestuurlijke functie voor de hele stad had, en daarnaast vooral ook zorgde veel uitstraling (met name de Donjon). Later verloor het bouwwerk steeds meer aan betekenis en verslechterde de algehele bouwkundige staat geleidelijk aan.

Eind 13e of begin 14e eeuw moeten de Voerweg en Lindenberg zijn afgegraven, waarbij de Valkhofheuvel zijn huidige vorm kreeg.[7]:19

Vanaf 1450-1500 ten slotte ontstond het burchtcomplex zoals dat op veel kaarten en prenten uit de eeuwen daarna te zien is. De burcht is naar alle waarschijnlijkheid beschadigd geraakt tijdens het beleg van oktober-november 1794. De burcht, die onder het beheer stond van de Staten van Gelre, werd op 9 februari 1796 voor f 90.400 geveild. Het bouwwerk is vervolgens bijna helemaal afgebroken, op de twee overgebleven kapellen na.

Het huidige park

[bewerken | brontekst bewerken]
Het Valkhof in Nijmegen, prent gemaakt tussen 1814 en 1845
Romanesque Ruins at Nijmegen: Schilderij van het park, gemaakt 1833-1843
De Waal gezien vanaf het Valkhof in 1925 (foto door Kees Ivens)

In 1797 besloot de gemeente Nijmegen om op het nu vrijgekomen Valkhofterrein een compleet nieuw stadspark aan te leggen. Om dit te kunnen bekostigen werden de gewelven onder de overgebleven kapellen, die na de sloop van de burcht nog waren overgebleven, alsnog gesloopt; het tufsteen hiervan bracht extra geld op.[12]:193

De eerste versie van het park werd rond 1800 op vernieuwende wijze in Engelse stijl ontworpen door J.D. Zocher Sr. (tevens de hofarchitect van Lodewijk Napoleon). Dit ontwerp van Zocher vertoont duidelijke overeenkomsten met het landgoed Beeckestijn. Zocher liet bij de ruïnes onder meer treurwilgen planten.[13] In dezelfde tijd begon men met het aanplanten van Italiaanse populieren, bomen die snel groeiden zodat de stad snel weer een echte skyline terug zou hebben.[12]:193 Er kwam een speciale laan met populieren die vanaf een echt pad aan de noordzijde naar een ovaalvormig gazon in het midden van het park leidde, richting de apsis van de Sint-Maartenskapel. De beplanting werd op zo'n manier aangelegd dat wandelaars de ruïnes, wanneer zij deze naderden, pas op het laatste moment in hun zicht kregen.

Zochers eigen oorspronkelijke ontwerp is verdwenen; de oudste bewaard gebleven tekening van het park uit deze begintijd is een plattegrond uit 1813 van de hand van Ferdinand von Mühlen. Ook Hendrik Hoogers, die zich eerder met het in tekeningen en schema's zoveel mogelijk in detail vastleggen van de burcht had beziggehouden, maakte in deze tijd nu meerdere tekeningen van het nieuwe park.[14][12]:191

Omstreeks 1831 paste Hendrik van Lunteren het park nogal ingrijpend aan; veel van de oorspronkelijke beplanting verdween weer en het park werd nu opgedeeld in veel meer perken. Ook het gazon voor de Barbarossa-ruïne werd gesplitst. Van Zochers oorspronkelijke ontwerp bleef hierdoor weinig zichtbaar. In 1836 kwam er een nieuw smeedijzeren hek om het park.

De bomen van het naastgelegen Kelfkensbos of Kalverbosch, dat omstreeks 1622 was aangelegd en tot dan toe zelf als een soort van stadspark had gefungeerd, zijn in de periode 1831-1840 vrijwel allemaal gekapt.[15] Het nieuwe park dat op de plek van de burcht kwam is het huidige Valkhofpark. Er resteren tot op de dag van vandaag nog twee belangrijke ruïnes als laatste onderdelen van de burcht: de Sint Nicolaaskapel en de Barbarossa-ruïne.

Aangrenzend aan het park, meteen links van de ingang, stond vanaf 1839 de Sociëteit Burgerlust. Rechts van de ingang stond een in 1891 geheel vernieuwde portierswoning. Rechts van die woning en aan het aangrenzende Valkhofplein stond ook nog het Hotel Valkhof.[12]:195-196

Op 6 mei 1811 werd er, in het net nieuw aangelegde park, recht vóór de Barbarossa-ruïne een borstbeeld onthuld voor toenmalig keizer Napoleon Bonaparte, die enkele maanden later tijden een rondreis door Nederland ook Nijmegen zou komen bezoeken.[16]:94 Dit borstbeeld was voorzien van de tekst César et Charlemagne revivent en lui, "Caesar en Karel de Grote komen in hem weer tot leven", twee personen die men in deze tijd zeer sterk met de geschiedenis van het Valkhof associeerde.[17] In 1814, het jaar waarin Napoleon voor het eerst werd verslagen en verbannen, zijn zowel de marmeren eindversie als de eerste gipsen versie weer van het Valkhof weggehaald. Wat er daarna mee is gebeurd, is niet bekend.[18]

Op 31 oktober 1811 brachten Napoleon en zijn vrouw Marie Louise hun bezoek aan Nijmegen, nadat ze die ochtend waren vertrokken vanuit paleis Het Loo en eerst Rotterdam en Arnhem hadden aangedaan. Er bestaan geen directe aanwijzingen (bijvoorbeeld een bewaard gebleven verslag) dat Napoleon daarbij ook op het Valkhof is geweest, al lijkt dit voor de hand te liggen en zijn latere historici (zoals Jan Brinkhoff) ook hiervan overtuigd.[16]:95-98

Na de stadsuitbreiding van 1878 gaf de Vlaamse tuinarchitect Lieven Rosseels het park in 1886 nogmaals vrij drastisch opnieuw vorm. Er kwam nu ook een brug over de Voerweg naar het Kelfkensbos, naar een ontwerp van Weve.[19]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er tegen de heuvel aan drie bunkers gebouwd, die door de Duitse bezetters werden gebruikt. Twee hiervan zijn in 1980 weer afgebroken. De Valkhofbunker bestaat wel nog, deze is gerestaureerd en is tegenwoordig een monument. Het park leed relatief weinig oorlogsschade vergeleken met het stadscentrum.[20]

Archeologisch onderzoek aan het Valkhof werd beter mogelijk nadat het terrein was vrijgekomen, en gebeurde vooral vanaf de 20e eeuw. In 1980 is op het Kelfkensbos een Romeinse godenpijler van keizer Tiberius gevonden. Hier in de nabijheid zijn ook de restanten aangetroffen van een versterking die is gedateerd in de tijd van Constantijn de Grote (306-337 n.Chr.) Men meende daar weer onder bovendien het Oppidum Batavorum eindelijk gevonden te hebben.[21]:189

In 1999 werd aan het Kelfkensbos het Museum Het Valkhof geopend, naar een ontwerp van Ben van Berkel.

Anno 2018 werd een Stauferstele opgericht op het Valkhof.[22]

Beschrijving en ligging

[bewerken | brontekst bewerken]
De Sint-Nicolaaskapel, anno 2014

Het huidige Valkhofpark wordt gekenmerkt door groene gazons, oude bomen en kronkelende wandelpaden. Het bevat enkele historische overblijfselen, die tegenwoordig zijn aangewezen als rijksmonument. Dit zijn met name de Sint-Nicolaaskapel, een romaanse kapel uit de 11e eeuw, en de zogenoemde Barbarossa-ruïne, beide restanten van de middeleeuwse burcht. Het park biedt daarnaast panoramische uitzichten over de stad en de rivier de Waal.

Via een loopbrug staat het park direct in verbinding met het Kelfkensbos-plein. Hieronder bevindt zich een parkeergarage. Ook is het museum hier gelegen, met daarachter het Hunnerpark.

De Burchtstraat, aan het eind waarvan tot 1826 nog de Burchtpoort stond, verbond vroeger het stadscentrum met de burcht. Tegenwoordig verbindt deze straat het stadscentrum met het Valkhofterrein.

Belangenvereniging en geplande restauraties

[bewerken | brontekst bewerken]
Balustrade met Latijnse tekst
Voetgangersbrug over de Voerweg tussen het Valkhof en het Kelfkensbos

In 1978 werd de Valkhofvereniging opgericht, die zich tot op heden ten doel stelt ten minste de resten van het Valkhof te beschermen en toegankelijk te maken. Oorspronkelijk had deze stichting het ultieme doel voor ogen de burcht (iig gedeeltelijk) te herbouwen.[7]:53-57 In de periode 2005-2018 kwamen er opnieuw serieuze plannen op tafel om in ieder geval de donjon te herbouwen in een vorm die paste bij het moderne leven. Dergelijke plannen waren er in uiteenlopende vormen al vanaf het begin van de 20e eeuw, maar van geen ervan is uiteindelijk iets verwezenlijkt. Het gevaar leek te groot dat de rest van het Valkhof, dus het monumentale park, hierdoor te veel van zijn waarde als een van de oudste Nederlandse stadsparken zou verliezen.[20] Eind 2018 is er dan ook definitief besloten dat herbouw van de donjon niet uitvoerbaar was.[23]

Het park is sinds de jaren 90 de belangrijkste locatie van het Valkhof Festival.

Latijnse inscripties

[bewerken | brontekst bewerken]

Twee balustrades aan de noordzijde zijn voorzien van Latijnse teksten, die eerder werden verwijderd en later weer zijn herplaatst.[24]

De eerste tekst, aangebracht op een balustrade bij de Sint-Nicolaaskapel, is een distichon uit 1646 van Constantijn Huygens, dat hij Smetius toestuurde.[16]:94 Deze tekst luidt:

Hic stetit, hic frendens Aquilas, hic lumine torvo Claudius ultrices vidit adesse manus

("Hier stond Claudius[noten 1] en zag hij knarsetandend met grimmige blik de adelaars en de wrekende troepen naderen").

Het betreft hier een verwijzing naar de Bataafse Opstand.

De andere tekst, op het hek uit 1836, is een versregel uit Johannes Smetius' Nijmegen, stad der Bataven:

Quem dabis, haec possit qui dare cuncta, locum?

("Welke plaats zult gij tonen die deze [vier rivieren] tezamen kan tonen?").[20]

Rijksmonument

[bewerken | brontekst bewerken]

Het Valkhof vormt samen met de Barbarossa-ruïne en de Sint-Nicolaaskapel rijksmonument nummer 31192.

  • In de Betouw, Johannes, Lotgevallen en eindelyke ondergang van den van ouds alom vermaarden Burgt binnen Nymegen, Nijmegen 1797
  • Lemmens, G.Th.M., et al., Het Valkhof te Nijmegen, Uitgeverij Dwarsstap, Nijmegen 1984, ISBN 9061689570
  • Weve, Jan Jacob, De Valkhofburcht te Nijmegen, Gemeentearchief, Nijmegen 1994, ISBN 9071509052
  • Th. Kuijper, Het Valkhof en Oud-Nijmegen, ca. 1930
[bewerken | brontekst bewerken]
Zie de categorie Valkhof, Nijmegen van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.